Kerkgeschiedenis

Zoeken in christelijke sites

transparant.jpg
Open zoekscherm
buildings-at-night-4.jpg

De Vroege Kerk

Actualiteit: Onvrije wil? Rome zegt het en daarmee uit
Read more...
Actualiteit: Waarom eerste christenen elkaar begroetten met een heilige kus
Read more...
Actualiteit: Karen King: Papyrusfragment over Jezus' vrouw waarschijnlijk vals
Read more...

HeksBezem en puntmuts, in stripverhalen zijn dat de attributen van een heks. Ook met Halloween kom je ze veel tegen. Voor een Middeleeuwer was een heks minder makkelijk herkenbaar. Maar dat ze bestonden, stond buiten kijf. En net als bijvoorbeeld in Shakespeares toneelstuk ‘Macbeth’ waren heksen gevaarlijk. De heksenvervolgingen bewezen hoe serieus de dreiging van de dienaren van de duivel werd genomen. Maar wanneer was je nou een heks?


Marrichgen Arriens was een vrouw van zeventig jaar. Haar geld verdiende zij met de verkoop van kruiden. Wie haar het eerst beschuldigde? Misschien een ontevreden patiënt. Of was het dat jongetje dat haar bespiedde? Hij beweerde later dat Marrichgen gedreigd had hem te betoveren. Volgens het vonnis had ze de jongen aangeraakt en gezegd weg te gaan, waarna zijn hoofdhaar ‘kromp’. De jongen was gaan schreeuwen tot Marrichgen het leed ongedaan had gemaakt. Hoe dan ook, Marrichgen belandde in oktober 1591 in het gevang.
Of Marrichgen gemarteld werd, is niet bekend. Met heksen werd over het algemeen niet zachtzinnig omgesprongen. De notulen van het verhoor melden dat Marrichgen haar bekentenis ’buyten banden van yseren’ aflegde. Vrijwillig of niet, Marrichgen bekende dat zij begin 1580 in Vianen de duivel had ontmoet. Ook zou zij een verbond met de duivel – die zich ‘Heynken’ noemde – hebben gesloten. Marrichgen zou seks hebben gehad met de duivel, die haar goud en zalf gaf. Met dat ‘potgen mit zalve’ had Marrichgen een paar mensen betoverd.


Dit is een getrouw woord en alle aanneming waard, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om zondaren te behouden, onder welke ik een eerste plaats inneem.


 In de Middeleeuwen raakte het evangelie in de vergetelheid. Omdat aan de traditie hetzelfde gezag werd toegekend als aan de Schriften, vertroebelde het zicht op de genade van God. De Kerk moest verlost worden van een heleboel bijgeloof. De Hervormers deden de grootste herontdekking van het evangelie sinds het begin van de christelijke kerk. In de tweede helft van de negentiende en in de twintigste eeuw raakte het evangelie opnieuw in de vergetelheid. Omdat aan het verstand en de menselijke wijsheid meer gezag werd toegekend dan aan het Woord van God, vertroebelde opnieuw het zicht op de genade van God. In de liberale theologie liet men zich leiden door het modernisme, met zijn absolute geloof in wat wetenschappelijk bewezen kan worden. De Bijbel werd onderworpen aan een vorm van wetenschap die bol stond van filosofische vooronderstellingen. Wat eruit kwam was wat ‘waar’ was. Het enige wat daardoor nog waar was, was dat het geloof in God door mensen was verzonnen. Kuitert vatte het samen met deze uitspraak: “Alles over boven komt van beneden.” Omdat de wetenschap het bovennatuurlijke niet kan verklaren, bestaat het bovennatuurlijke niet. Daarom geen openbaring, geen wonderen en geen opstanding van Jezus Christus uit de dood. Wat overbleef, was een sociaal evangelie.





Wanneer een wandelpad wordt aangelegd en het loopt langs een afgrond, en er wordt niet gewaarschuwd voor het gevaar, dan wordt degene die dat pad heeft aangelegd er aansprakelijk voor gesteld wanneer het mis gaat. Het kan dus zeer kwalijk zijn om anderen niet te wijzen op een gevaar dat er werkelijk is.


Afgelopen januari bezocht ik een conferentie voor predikanten in Engeland. Eén van de sprekers ging op een gegeven moment in op de vraag: ‘Waarom zijn de Engelsen er mee gestopt om naar de kerk te gaan?’ In het beantwoorden van die vraag haalde hij de historicus Michael Watts aan die daar het volgende over geschreven heeft.

In het Engeland van de 19e eeuw gingen erg veel mensen naar de kerk. Twee belangrijke factoren speelden daar een grote rol in: ten eerste het onderwijs dat de Anglicaanse Kerk gaf, ten tweede de evangelisatie die door de meer vrije kerken (in Engeland: the Nonconformists) werd gedaan.

De Anglicaanse Kerk heeft het fundament gelegd voor een opwekking door bij veel mannen en vrouwen, en in het bijzonder bij jongens en meisjes, het besef aan te wakkeren dat het erg belangrijk is om je aan een strikte morele norm te houden, en dat wanneer je afdwaalt van deze norm je gestraft zult worden met eeuwige verdoemenis. Degenen die probeerden zich aan deze norm te houden, kwamen er achter dat zij ‘gezondigd hadden en de heerlijkheid van God misten’.

Daarna waren de Nonconformists of ‘Evangelicals’ aan zet om er op te wijzen dat het mogelijk is niet naar de hel te gaan, door geloof in het offer dat Christus voor zondaren heeft gebracht aan het kruis van Golgotha.

Deze historicus, Michael Watts, heeft 670 getuigenissen onderzocht van mensen die in de 19e eeuw bij de Evangelicals tot bekering zijn gekomen. Daaruit bleek dat de hoofdreden waarom deze mannen en vrouwen zijn ingegaan op de Evangelische boodschap angst was: angst voor de dood, angst voor het oordeel, angst voor de hel. Deze angst was in het bijzonder een sterke kracht onder gemeenschappen van mijnwerkers en vissers, die als broodwinners voortdurend werden blootgesteld aan gevaar en... plotselinge dood.

 

 

Eind jaren 50 tot begin jaren 60 waren een brug tussen de naoorlogse jaren, met haar roep om terug te keren naar de normaliteit en de Beeldenstorm van de late jaren 60: tussen de koudste jaren van de Koude Oorlog en de utopische verwachtingen van 1968. Grote religieuze veranderingen waren reeds onderweg, ook al was nog niet precies duidelijk hoe of wat. De naoorlogse kerkgangopleving kwam tot een eind en in sommige landen daalde de kerkgang al een beetje. De kerkelijke macht en haar morele conservatisme kwam steeds meer onder aanval – meestal nog op indirecte wijze.